Burntcoat Head Park (klik voor meer info)Sinds mei is de lente dan eindelijk in het land gekomen. Het was merkbaar aan het landschap, dat stilaan weer groen kleurde. Toch bleef het kwik tot begin juni steken rond de 10 à 16 graden, met vriestemperaturen ’s nachts. Het voelde eerder aan als een grillige aprilmaand dan als een echte voorbode van de zomer. Terwijl België zuchtte onder een dreigende droogte en oostenwind, kroop de lente hier in Nova Scotia tergend traag naar binnen: met regen, een paar zonnige dagen, en dan plots... zomer. Dat is althans hoe de lokale bevolking het omschrijft, en eerlijk gezegd: ze hebben geen woord gelogen.
Voor een liefhebber van seizoenen, zoals ik, was het verlangen naar de lente groot, iets wat me in België minder sterk overviel. Door het ontbreken van een echte lente is het herfstseizoen hier in Nova Scotia duidelijk mijn favoriet geworden: zacht, kleurrijk en adembenemend.
De lente lijkt hier eerder een kort tussenmoment voor het echte werk begint, en qua seizoen - voor mij althans -geen favoriet meer. Gelukkig is er nog de zomer, die zich stilaan begint te ontvouwen en waarvan we vorig jaar al hebben mogen proeven en genieten. De zomers zijn aangenaam hier in de Annapolis Valley; met temperaturen rond de 26 graden en een altijd aanwezig briesje dankzij de Minas Basin. Hittegolven zijn hier eerder de uitzondering dan de regel, en dat vind ik prima!
Het ‘terrasjesweer’, zoals we dat in België kennen, heeft hier een paar weken geleden pas zijn intrede gedaan. Gelukkig hadden we in mei een bankje en tafeltje voor onze woning gezet, in afwachting van de komst van onze terrasstoelen (die ondertussen in gebruik zijn). Het werd ons eigen mini-terrasje — iets wat in Deurne niet mogelijk was, of waar we al lang gesmolten zouden zijn op het hete beton.

We zijn nu dus elf maanden in Nova Scotia, en het aarden is nog volop aan de gang. Mijn voeten staan nog niet volledig in de nieuwe aarde en hebben nog geen wortel geschoten. Het voelt meer alsof één been aan het indalen is, terwijl het andere nog wat boven de grond bungelt en me ondertussen terug richting Europa trekt. Er is constant getrek en geduw van hier naar daar. Hoe vermoeiend het ook is, ik blijf mezelf vertellen dat het een proces is. Een proces van loslaten, aarden en rouwen.
Er zijn voor- en nadelen aan alles, en een ideale wereld zou het beste van beide landen combineren.
"Wat dat dan is?" vroeg Kristiaan onlangs aan ons allen. Hij merkte op dat we met z’n drieën vaak vasthangen aan het gemis van het bekende, waardoor we vergeten stil te staan bij het moment waarin we nu leven.
Een bestaand gevaar, waarvan ik me recent nog bewust werd. Soms overvalt me een gevoel van heimwee, of ergernis over iets dat ‘anders’ is of ‘anders zou moeten zijn’, gezien door mijn Europees-Vlaamse lens.
Toen Kristiaan me erop wees dat ik niet mocht vergeten stil te staan bij de ervaring, besefte ik dat ik niet die migrant wil zijn die verhuist om vervolgens zijn oude gewoontes en levensstijl opnieuw te installeren.
Dat idee voelde oprecht verkeerd. Het maakt me extra bewust wanneer ik klaag of zaag over hoe iets anders zou kunnen. Leven in een andere cultuur draait nu eenmaal om het ervaren van het anders-zijn.
Ik ben dus niet in een depressie weggezakt, maar bevind me eerder in een fase van transformatie. Mijn geest kwelt me nog met herinneringen, maar mijn wezen is - eerlijk gezegd - aan het ontkoppelen van haar oude identiteit. De fysieke afstand schept ruimte tussen wie ik was en hoe ik mezelf zag door de ogen van mijn omgeving. En dat biedt mogelijkheden tot vernieuwing en herontdekking.
Toch is er dat tegenstrijdige gevoel. Het leven hier biedt rust, het gevoel van niet móeten maar wél mogen, en stilte. Tegelijkertijd voel ik een drang naar beweging en innovatie; een neiging die diep in mij verankerd zit. Misschien is het iets wat gevormd werd door het prestatiegerichte en gecommercialiseerde leven dat in Noord-Europa zo sterk aanwezig is, ofwel zit het nu eenmaal in mijn DNA. En hoe vreemd het voor een Europeaan ook mag klinken: juist het ontbreken daarvan geeft Nova Scotia een bijzondere aantrekkingskracht.
Dat maakt het echter niet altijd eenvoudig om te aanvaarden. Nova Scotia mist de prikkeling en de schaal voor vernieuwing, cultuur, esthetiek en professionele groei die in veel Europese landen vanzelfsprekender zijn; wat me soms frustreert en aanzet tot veroordeling.
Het kwam zelfs tot een punt waarop ik mijn AI-adviseur ‘Nova’ (a.k.a. ChatGPT) om persoonlijk advies begon te vragen. Ik wilde weten waar ik eigenlijk beter zou aarden, wat de bron van mijn ergernis was, en wat ik kon doen als ik toch besloot te blijven.
Het antwoord was verrassend verhelderend. Het bracht me op nieuwe ideeën, klaarde mijn veroordelende blik op en bracht rust in mijn ziel. Terzijde: dit gebeurde niet van de ene dag op de andere, maar was eerder het resultaat van een proces, een tijd van reflectie en contemplatie. Desondanks heeft het inroepen van advies me echt geholpen, en me aangezet tot het uitwerken van een actieplan. Meer daarover in de nabije toekomst 😉.
Waarom doen we dit eigenlijk, als het zo moeilijk is?
Omdat leven in een andere cultuur en wereld uitnodigt tot echte ontmoetingen. Ik sta steeds versteld van de mensen die ik ontmoet, en hun verhalen. Zoals mijn buurman: van Poolse afkomst via zijn moeder, half Mohawk via zijn vader, opgegroeid in Ontario, en in 2020 verhuisd naar Halifax. Hij en zijn partner willen hun eerste kind hier in de Annapolis Valley grootbrengen, omwille van de rust, veiligheid, goede scholen en ruimte voor groei.
Via mijn werk bij The Edge in Kentville heb ik het voorrecht gekregen om in amper drie maanden tijd een rijk lokaal netwerk uit te bouwen van: ondernemers, kunstenaars, de galeriehouders van Tides Gallery (mijn lokale favoriet en tevens enige gallerij 😉), adviseurs, bedrijfsleiders, non-profitorganisaties en mensen uit alle uithoeken van de wereld. Onze kinderen zijn bevriend geraakt met kinderen uit Zuid-Afrika, Barbados, Frankrijk, Duitsland, Brazilië, Jamaica en ‘echte’ Canadezen. En dat is zo freaking awesome.
Het leven is hier, zoals reeds gezegd, simpeler en minder stimulerend dan in een metropool zoals Antwerpen. Er is weleens dat gemis naar het bruisende leven, en dan is er hier: de stilte, de arenden, het water, de fazant of vos in onze achtertuin, het rustige tempo, de weidsheid, het ontbreken van files, het gevoel van gemeenschap -ondanks de soms gesloten houding (een gemene deler in Vlaanderen én Canada) - het begrip voor mentaal welzijn, en het ontbreken van statusangst.
Iets waar ik eerlijk gezegd moe van werd, vooral omdat ik het niet wilde nastreven en het toch deed, omwille van het gedachtegoed waaraan we ons blootstellen: het steeds beter willen doen en weten, nieuwe titels en posities, een grotere woning, een nieuwere auto, meer en leukere vakanties, trendy kleren, en noem maar op.
Als ik eerlijk ben, drukt dat ‘altijd maar meer’-verhaal op mijn gemoed, vooral omdat ik zie hoe ongelukkig de doorsnee mens in een welvaartsstaat is, zich amper bewust van het comfort dat wordt aangeboden.
Het houdt je gevangen in een gouden kooi. Het stopt je van groeien, want: wat zal een leven zonder al dat comfort met mij doen? De angst voor het onbekende is een oude bekende in het beperken van groei. En dat is nu net waar de doorsnee Westerling, in mijn opinie, last van heeft.
Afstand nemen, in ons geval migreren, helpt mij bij het ontkoppelen daarvan.
Ik geef toe: na vijftien jaar in dezelfde organisatie te hebben gewerkt, met alle voordelen, was het opgeven daarvan op z’n minst beangstigend. Een opgebouwd leven wissen op je vijftigste, met kinderen erbij, is een uitdaging vol twijfel.
Je laat zoveel achter: huis, vrienden, auto, school, job, netwerk, sociale zekerheid, vakantiegeld, lange vakanties, openbaar vervoer, je moedertaal, zelfs de georganiseerde poetshulp.
Alles verdwijnt. Daar sta je dan: ontheemd, ontdaan van je hebben en houden. Wat blijft, is een verlangen en een plan.
Verhuizen naar de andere kant van de oceaan vergt echter plan- en denkwerk. En doelen, véél doelen.
En geloof me: dat plan is voorbereid met boeken, verhalen, adviesgesprekken, en een uitvoering zonder te blijven hangen in ‘wat als’. Gelukkig hadden we een vastberaden man - Kristiaan - met een plan en een checklist met concrete stappen om ons te leiden. Dat plan gaf ons structuur en houvast. Kristiaan, mijn partner, was hierin de rots: hij tekende de route uit en volgde die nauwgezet, terwijl ik me vooral focuste op het gezin. Zonder hem had ik deze stappen nooit gezet.
De maand juni 2024 was cruciaal voor onze transitie: inpakken, verkopen, afscheid nemen.
De laatste week stopten we alles in dozen, poetsten het huis en gaven de sleutels aan de nieuwe eigenaar.
Twee nachten in een Airbnb later stonden we aan het begin van een nieuw hoofdstuk.
Maar dat plan, en hoe je dat concreet maakt, is stof voor een ander verhaal. Wat dat denk- en planwerk precies inhoudt, willen we graag een andere keer met jullie delen. Misschien vormt het voor zij die het kriebelen voelen wel een goed basisplan.
En ondertussen genieten we van het bezoek van onze eerste familieleden die de oversteek wagen om bij ons te zijn. Het is fijn om bekende gezichten om ons heen te hebben, en te kunnen keuvelen in je eigen moedertaal.
We willen hen zoveel mogelijk onderdompelen in het leven dat Nova Scotia te bieden heeft. De planning lag op voorhand al klaar, en was goed gevuld. Tijdens de weekends cruisen we van de ene kust naar de andere om hen te laten genieten van de rijkdom van de natuur. Het is een gezellige tijd die we zullen afsluiten - op verzoek van mezelf - met een heerlijke zelfbereide pot mosselen met friet, op zijn Belgisch! 😉
En op 1 juli keren de kinderen en ik - na een jaar - terug, weliswaar enkel op bezoek. Welke impact dat zal hebben, wacht ik met een bang hart af. Want er is dus nog steeds wat heimwee. Naar het bekende. Naar het comfort.
Let wel, er is ook dankbaarheid voor het afgelopen jaar. Voor een dak boven ons hoofd, twee vaste inkomens, fijne scholen en vriendjes voor de kinderen, nieuwe ontmoetingen, een netwerk, werk met impact, ondertussen twee wagens (eentje bleek helaas niet genoeg), eten op ons bord, en de mogelijkheid om in contact te blijven met dierbaren in België.
Er is veel in het leven om dankbaar voor te zijn. En daarbij stilstaan is een van de krachtigste gebaren die je kunt maken. Het vergt oefening om het je eigen te maken, maar het is iets wat ik onze kinderen - en nu dus ook de studenten bij The Edge - graag wil meegeven. En wat ik elke ochtend en avond voor mezelf herhaal:





Heel mooi geschreven Betty! Leuk om je gevoelens te delen en een inkijk te geven in de fases die zo'n grote overstap meebrengen! Het heeft me deugd gedaan om al even te beleven hoe jullie leven daar is en hoe de kids zich al inleven in het nieuwe leven! Ik ben fier op jullie!
BeantwoordenVerwijderenDankjewel!!! 💖
VerwijderenWe zijn blij dat jullie tot bij ons zijn gekomen, en dat we ons nieuwe leven kort hebben mogen delen.
Betty x
Evelien Luyckx
BeantwoordenVerwijderenFijn om te lezen, Betty. Jullie komen ook met die losse beentjes wel op jullie pootjes terecht. Tot snel!
BeantwoordenVerwijderenKrista
Thankx, lieve vriendin!
VerwijderenTot heel snel. Ik kijk er naar uit!
B x
Verleden week artikel in tijdschrift "Vlamingen in de Wereld" gelezen. Volg al jaren de geschiedenis van de Vlamingen in Canada maar In Nova Scotia zijn er niet erg veel. Er waren er wel meen ik te weten en sommigen trokken van daar verderop. Was in Alberta en Ontario en moet zeggen dat de Canadezen een heel ander volkje zijn dan hun zuiderburen. Houden zo. Deze week nog op stap met een koppel dat op bezoek is uit Ontario, hij is 94, zij 93, taai ras. Wens jullie het beste ginder. Werk momenteel aan een uitgave over wat Vlamingen ginder, aan de hand van in de afgelopen jaren ontvangen krantenknipsels etc. Als familiekundige vooral aandacht voor afkomst en de familiebanden met de mensen langs hier. Hopelijk veel mooie jaren in Canada.
BeantwoordenVerwijderenpaul.callens7@telenet.be